Mirjam Slokker

Coaching en blogs

Ik ga naar m'n werk en neem mee...

mezelf. Uh, ja dat lijkt me wel. Nou, als ik eerlijk ben, 70% van mezelf. Op een goede dag misschien 80%. En dat is al behoorlijk veel. Ga maar na. Het begint al bij de dresscode: zakelijk. Communiceren per mail. Vergaderen met een agenda. Bij je leidinggevende checken of je toestemming hebt voor bepaalde beslissingen. Zo gaat het bij mij thuis niet kan ik je vertellen. Ik snap de organisatieregels best wel. Want als we allemaal onze eigen goddelijke gang gaan, komt er van resultaten weinig terecht. Ik zie een soort anarchie op slippers voor me die me heel onrustig lijkt.

Dan de werktaal. Ik ken maar weinig mensen die in hun eigen tijd spreken over synergie en het stroomlijnen van incentives. Ik had het laatst zelf ineens over ‘een stukje commitment’. Het was eruit voor ik het wist. Ik voelde me als directeur Anton uit De Luizenmoeder. Een beetje vies echt. Sommige mensen zitten zo goed in het jargon dat ik me afvraag hoe ze thuis bij hun moeder praten. Ik hoop altijd stiekem dat ze daar flink op hun donder krijgen als ze van die onzin uitkramen.

Regels, taal, het is allemaal vrij onschuldig. Maar wat als je op je werk echt in een rol stapt? Iemand anders bent? Belangrijke stukken van jezelf thuis laat? Artificiële stukken toevoegt? Klinkt misschien ver van je bed. Ik hoop het. Maar als je gaat nadenken over de woorden 'professioneel' en 'zakelijk', dan roept dat al snel een bepaald teflonlaagje op. Niet laten zien wat er in je omgaat. Je bent in control, no matter what. Je kunt alles aan. Omdat het van je wordt verwacht. Omdat het ‘de cultuur’ is. Maar cultuur, dat zijn toch de mensen? En hoe meer rol, hoe minder mens er overblijft. Gek genoeg accepteren we met elkaar vaak de lage standaard die dat brengt. Namelijk dat je pas meetelt als je je privéleven opoffert voor de zaak. Snoeihard bent. Je werk mee naar huis neemt, maar geen thuis mee naar werk.

Hoe fijn zou het zijn als je op je werk gewoon jezelf zou zijn? Ik bedoel niet dat je daar op de bank gaat liggen en er niet meer vanaf komt. Of hele middagen gaat zitten klagen over je schoonmoeder. Maar wel dat je mag ontspannen. Geen stukken van jezelf hoeft weg te laten. Hoe zou dat zijn? Minder stress. Minder schijn. Meer echt. Meer productiviteit. Want wanneer ben je creatiever en gedrevener? Vanuit de beperkingen van een rol? Of vanuit je eigen natuurlijke staat van zijn? Leuker wordt het sowieso.

Misschien denk je nu: waar ik werk, werkt dat niet. Maar wat als jij nu wel zo werkt? De veiligheid die het vraagt om jezelf mee te nemen naar je werk zit in jou. Je creëert hem door er zelf mee te beginnen. Negen van de tien keer inspireer je collega’s. En als het echt niet kan, is het misschien ook niet jouw omgeving.

Begin klein. Vraag eens aan je baas hoe het bij hem thuis gaat. Maak die foute grap in die superformele setting. Vertel een keer over die domme fout die je maakte bij een belangrijke klant. Vouw dat origamizwaantje voor je overwerkte collega. Sla je de plank een keer mis? Dan ben je pas echt goed bezig. Schud de boel maar op. Als er over je wordt gepraat bij de koffieautomaat, mag je jezelf feliciteren met de rol van inspirator.