Mirjam Slokker

Coaching en blogs

What to say when you talk to yourself

Als je morgen heel Nederland op cursus zou mogen sturen. En jij bepaalt. Wat voor cursus kies je dan? Let wel: je moet zelf ook. Dus als heel Nederland op een cursus ‘zeemeerminnen’ gaat (ja, het bestaat echt), denk maar niet dat jij dan aan de kant filmpjes staat te maken. Staart aan, schelpen aan en gaan. Ik zie het helemaal voor me.

Ik stel de vraag natuurlijk niet voor niets. Want ik heb wel een suggestie. Het zou mij fantastisch lijken als heel Nederland een cursus positieve selftalk volgt. Een cursus positief in jezelf praten. Want in jezelf praten is natuurlijk niet voorbehouden aan bejaarden en idioten. Het enige verschil is dat zij het hardop doen en niet stiekem in hun hoofd. Alsof je er niet mee bezig zou zijn. Gesprekken met jezelf zijn een wezenlijk onderdeel van je ‘zijn’. Net als ademen. En net als ademen doen we het 90% van de tijd onbewust. En dat is eigenlijk bizar.

Want als er iets is wat ongeveer alles bepaalt, maar waar we collectief onbekwaam in zijn, dan is het de manier waarop we met onszelf praten. Ga maar na. We ontmoedigen onszelf wanneer we een idee hebben. Door te denken aan de bezwaren en redenen waarom het zou kunnen mislukken. We pushen onszelf door te vinden dat we pas ontspanning verdienen als alles af is. We halen oude koeien uit de sloot, door onszelf eraan te herinneren dat deze mislukking wel erg lijkt op de vorige, en die daarvoor, etc. We klagen over hoe we nooit op iemand kunnen rekenen en alles altijd alleen moeten doen (‘alles’ en ‘altijd’ geven dubbele woordwaarde in de categorie klagen). We maken onszelf kleiner door te vergelijken met anderen die het ‘beter’ doen.

Ik kan nog wel even doorgaan maar het begint een aardig zuur verhaal te worden. En het ging juist om positieve selftalk. Mijn punt is dat we geneigd zijn onszelf toe te spreken op een manier die je van een ander niet zou pikken. Dat is toch op z’n minst bijzonder? Zeker als je bedenkt dat we nogal wat tijd doorbrengen met onze gedachten. Het goede nieuws is natuurlijk dat er veel te winnen is. Als je dag en nacht een coach aan je zijde krijgt in plaats van een azijnpisser, hoeveel succesvoller zou je zijn?

Het kan mensen, het kan. Want het brein is programmeerbaar. De default settings zijn ingesteld op risico’s vermijden en niet op je goed voelen. Dus je zult moeten herprogrammeren, negatieve gedachten vervangen door leukere gedachten. Ik vond het in eerste instantie heel gekunsteld om geforceerd positieve dingen te denken. Ik dacht: als ik het niet zo voel, werkt het toch niet? Maar de grap is dat de volgorde andersom is. Er is eerst een gedachte en dan een gevoel. Ik beoordeel iets als leuk, ik voel me goed. Ik beoordeel iets als niet leuk, ik voel me slecht. Een oordeel is niets meer dan een gedachte. Dus als je je gedachten kunt sturen, kun je je gevoel sturen. Ik zeg: delete crap, replace with fun.

Klinkt simpel en dat is het ook. Maar je moet het wel trainen. En precies daarom: iedereen op cursus en samen oefenen. Stel je voor dat heel Nederland aan de slag gaat met positieve gedachten. Hoe heerlijk is dat? Iedereen roept ‘s morgens tegen zichzelf in de spiegel: je bent precies goed zoals je bent en deze dag wordt fantastisch! We worden een beetje Amerikaans. Yes we can! Misschien leuk om vast wat voor jezelf te oefenen tot het zo ver is. Dit boek is een aanrader voor wie aan de slag wil. Of ga toch lekker zeemeerminnen. Leuk voor de azijnpisser.